Stamrecht B.V. /Gouden Handdruk en Echtscheiding

Stamrecht B.V. /Gouden Handdruk en Echtscheiding

 

 

Vorig jaar schreef ik een uitvoerige blog over het onderwerp Stamrecht B.V./ Gouden handdruk en echtscheiding. Inmiddels is er over dit onderwerp de nodige jurisprudentie bijgekomen. Tijd voor een update dus.

 

Maar eerst: Hoe zat het ook alweer?

Het gaat om situaties, waarbij man en vrouw zijn getrouwd in gemeenschap van goederen en waarbij een van de twee in een ontslagsituatie terecht komt. De daaruit resulterende ontslagvergoeding is vervolgens bruto ondergebracht in een stamrecht b.v.. Meestal spreken de voormalige werkgever en ontslagen werknemer af dat de vergoeding wordt gebruikt als aanvulling op toekomstig inkomen. We spreken daarom ook wel van ‘gederfd’ of ‘te derven’ inkomen.

De vraag die veel mensen zich in zo’n situatie stellen, is of hun ontslagvergoeding of gouden handdruk in de gemeenschap van goederen valt. Welnu: dat is vrijwel altijd het geval. Maar er is wel een uitzondering op deze regel. Namelijk wanneer er sprake is van ‘verknochtheid’ van de gouden handruk. Zaken zijn ‘verknocht’ wanneer ze in dusdanige mate aan een echtgenoot verbonden zijn, dat zij niet tot de gemeenschap gaan behoren. In zo’n geval valt de gouden handdruk dus niet in de gemeenschap van goederen.

Een uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2015 viel mij op. 

Want, wat was het geval?

Man en vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en de vrouw ontvangt in 2008 een ontslagvergoeding van € 60.000,00. Deze ontslagvergoeding brengt ze onder in een stamrecht b.v..

In 2011 koopt het echtpaar een eigen woning. Als onderdeel van de financiering van de woning sluit het echtpaar een geldlening bij de stamrecht b.v.. De geldlening bedraagt eveneens € 60.000,00.

Het hof komt tot de volgende conclusies: 

  • De ontslagvergoeding is in principe verknocht en hierbij maakt het niet uit of de ontslagvergoeding is ondergebracht in een stamrecht b.v.                                                 
  • Het echtpaar heeft de ontslagvergoeding echter voor iets anders gebruikt dan waarvoor het bedoeld was. Als gevolg hiervan is er van verknochtheid geen sprake meer. Dit heeft tot gevolg dat de ontslagvergoeding wel weer in de gemeenschap van goederen valt en moet worden verrekend.                                                              
  • Het hof is van mening dat er sprake is van een belastinglatentie van 35% over de ontslagvergoeding (lees: stamrecht) waarmee rekening gehouden moet worden.

  

Wat valt er op aan deze uitspraak?

  • Het gerechtshof gaat er zonder meer van uit dat een ontslagvergoeding in de vorm van een stamrecht als verknocht moet worden aangemerkt, zonder in te gaan op de vraag of er sprake is van een direct ingegaan of uitgesteld stamrecht.                                                                                                                                   
  • Als de ontbindingsvergoeding niet gebruikt is voor het doel waarvoor hij is toegekend, komt de verknochtheid weer te vervallen en valt de vergoeding in de gemeenschap. Dergelijke situatie’s komen in de praktijk vaak voor. Zeker in deze tijd waarin sparen niets meer oplevert. Een paar mogelijkheden om te overwegen: 
  1. Het verstrekken van een geldlening voor de aanschaf in privé van een eigen woning;
  2. De aanschaf van een vakantiewoning met geld van de bv;
  3. Een geldlening voor een andere consumptieve besteding;
  4. Het verstrekken van een geldlening om vervolgens in privé met de ontvangen gelden te gaan beleggen. 

 

Resterende vragen

Naar aanleiding van de bovenstaande uitspraak blijven nog een paar vragen open. Ik behandel hier alleen de belangrijkste. 

  • Betekent dit dat het niet benutten van de ontslagvergoeding voor het geëigende doel al ontstaat door het verstrijken van de tijd? Denk aan de situatie waarbij men het geld van de stamrecht bv nimmer nodig heeft gehad en het geld pas wordt uitgekeerd na het bereiken van de aow-gerechtigde leeftijd.                                                 
  • In de uitspraak van het hof werden alle liquide middelen van de stamrecht bv aangewend om een geldlening te verstrekken. Wat nu, wanneer een stamrecht bv bijvoorbeeld slechts de helft van de aanwezige middelen als geldlening verstrekt en de rest van de liquide middelen op de bankrekening blijven staan? Is er dan sprake van verlies van verknochtheid voor het geheel of slechts voor een gedeelte?

Hoe dan ook, de bovenstaande uitspraak is erg interessant. Het laatste woord is hierover zeker nog niet gezegd.

Heeft u vragen over dit onderwerp, aarzel dan niet om contact met mij op te nemen. U kunt mij bereiken op 06 54 631 850.

 

Mr Ralf Ramakers

Noordwijk

Losplaatsweg 28 B
071-514 74 33

Rotterdam

Jan Leentvaarlaan 2 
010-820 02 44

Tilburg

Willem II straat 14
010-820 02 44

Amsterdam

Hemonystraat 11
020-820 1110