Stamrecht B.V. / Gouden handdruk en echtscheiding

Stamrecht B.V. / Gouden handdruk en echtscheiding

In de praktijk word ik vaak gevraagd bij echtscheidingen, hoe omgegaan dient te worden met een ontvangen gouden handdruk, met name als deze is ondergebracht in een stamrecht B.V.

Voordat ik dit bespreek eerst een aantal opmerkingen over huwelijks goederenrecht en gouden handdrukken in het algemeen.

Ongeveer 70% van de huwelijken in Nederland, is gesloten in gemeenschap van goederen.  Gemeenschap van goederen  wil zeggen dat  beide  echtgenoten ieder en voor gelijke delen gerechtigd zijn in de tot de gemeenschap behorende goederen. Die gemeenschap bevat dus alle goederen, met uitzondering van die goederen die  als “privévermogen”  bestempeld worden .

 Dat zijn naast de goederen die via een uitsluitingsclausule zijn verkregen, het pensioen en de zogenaamde “verknochte “ goederen.  Verknochte goederen zijn goederen die  dus zodanig aan een echtgenoot verbonden zijn dat zij niet tot de gemeenschap gaan behoren. Of een goed aan een echtgenoot is verknocht, is afhankelijk van de aard van het goed en de maatschappelijke opvattingen daarover.  Aangezien maatschappelijke opvattingen wijzigen en dus ook het begrip  “verknochte” goederen.  Over  wat maatschappelijke opvattingen zijn wordt nogal verschillend gedacht, zeker als er sprake is van een echtscheiding. Het oordeel van een rechter wordt dan snel gevraagd.

Als we gaan kijken naar de verschillende vormen van gouden handdrukken, kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

  • De gouden handdruk wordt in contanten genoten;
  • De gouden handdruk wordt genoten in de vorm van een direct ingaand stamrecht dat dient ter vervanging van inkomen;
  • De gouden handdruk wordt genoten in de vorm van een uitgesteld stamrecht.

Voor de vraag of een stamrecht bij echtscheiding moet worden gedeeld maakt het overigens niet uit of er sprake is van een verzekerd stamrecht (verzekeraar  of eigen stamrecht B.V.) dan wel een bancair stamrecht.

De gouden handdruk in contanten

Al in 1966 is uitgemaakt dat een gouden handdruk die door de werknemer tijdens het huwelijk in contanten ontving (er werd geen stamrecht bedongen) tot de gemeenschap van goederen behoort  en bij echtscheiding moet worden gedeeld.

De gouden handdruk  in de vorm van een direct ingaand stamrecht

In 2008 oordeelde de Hoge Raad dat een gouden handdruk stamrecht in een bepaalde situatie aan een echtgenoot was verknocht. De gouden handdruk werd aangewend voor de aankoop van een direct  ingaande periodieke  uitkering en diende als inkomensaanvulling.

Volgens de Hoge Raad was er sprake van vervanging van inkomen dat normaliter als loon was genoten als er geen sprake was geweest van ontslag. Net als loon dat na de echtscheiding wordt verkregen, vallen de uitkeringen uit het stamrecht die na de echtscheiding worden genoten niet in de gemeenschap. Wel zal bij eventuele alimentatie voor wat betreft de vaststelling ervan, rekening worden gehouden met het inkomen uit het gouden handdruk stamrecht. De stamrecht uitkeringen die werden ontvangen vóór de datum van echtscheiding behoorden wel tot de gemeenschap.

De gouden handdruk in de vorm van een uitgesteld stamrecht

Het Gerechtshof Amsterdam heeft hier over geoordeeld . De vrouw had in dit geval een gouden handdruk ontvangen en daarvoor een uitgesteld stamrecht bedongen, dat pas nadat het huwelijk ontbonden was tot uitkering zou komen.

Net als de rechtbank is het gerechtshof van mening dat het stamrecht tot de gemeenschap behoort en dat het gedeeld moet worden. Het argument van de vrouw dat het stamrecht “verknocht” is wordt verworpen. Haar verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad uit 2008 wordt niet gehonoreerd omdat in die situatie sprake was van een direct ingaand stamrecht dat voorzag in aanvulling van het inkomen tot 70% van het laatstverdiende salaris. Daar was hier geen sprake van omdat uit het stamrecht nog geen uitkeringen waren gedaan.

De conclusie uit de jurisprudentie kan als volgt worden samengevat:

Gouden handdruk

Genoten tijdens huwelijk

Genoten na echtscheiding

In contanten

 

valt in de gemeenschap van goederen

valt buiten de gemeenschap van goederen

Uitgesteld stamrecht

 

valt helemaal in de gemeenschap van goederen

valt buiten de gemeenschap van goederen

Direct ingaand stamrecht

 

uitkeringen vallen in de gemeenschap van goederen

uitkeringen vallen buiten de gemeenschap van goederen

 

Uitspraak Hof Den Haag mei 2014

Het bovenstaande schema is overzichtelijk, maar de uitspraak van Hof Den Haag maakt het weer ingewikkeld.

In deze uitspraak ontving de man tijdens het huwelijk een ontslagvergoeding, die werd ondergebracht in een stamrecht BV. Tijdens het huwelijk werden ook uitkeringen uit de stamrecht BV genoten, maar deze werden op een later tijdstip ook weer gestopt (hetgeen bij een stamrecht BV mogelijk is).

Het Hof was van mening dat de uitkeringen uit het stamrecht wel in de gemeenschap vielen, maar dat gold niet voor de aanspraak van de man op de nog niet uitgekeerde bedragen. Het recht op deze toekomstige uitkeringen is volgens het Hof verknocht aan de man en valt niet in de gemeenschap.

Ik deel de mening van het Hof Den Haag niet aangezien dit Hof het begrip verknochtheid teveel oprekt. Naar mijn mening is het bovenstaand schema dan ook nog steeds van toepassing.

 

Uitgesteld stamrecht en de stamrecht BV

Als we naar een “standaard “situatie kijken, waarbij  sprake is van gemeenschap van goederen en de man een gouden handdruk heeft ontvangen die is ondergebracht in een stamrecht BV, ontstaat ingeval van echtscheiding de volgende situatie:

De echtgenote heeft recht op de helft van de waarde van het stamrecht. Zij kan dit op verschillende manieren geldend maken:

  • De echtgenote kan de waarde verrekenen bij de boedelverdeling;
  • Zij kan verzoeken  de waarde van haar gedeelte van het stamrecht af te storten naar een verzekeringsmaatschappij of een bank;
  • Zij kan haar gedeelte van het stamrecht onderbrengen in een eigen stamrecht BV;
  • Zij kan een zelfstandig recht op uitkeringen bedingen bij de bestaande stamrecht BV.

Met name de laatste situatie hoeft niet in het belang te zijn van de echtgenote; zeker niet indien de aandelen van de stamrecht BV , die ook in de gemeenschap van goederen vallen, aan de man worden toegescheiden. Na de boedelscheiding is de man voor 100% directeur grootaandeelhouder van de stamrecht BV. De waarde ontwikkeling van het stamrecht van de vrouw is dus helemaal van hem afhankelijk.

In de resterende maanden van 2014 zou in een situatie als de onderhavige ook nog wel eens gekozen kunnen worden voor een afkoop van het ( gemeenschappelijke) tegen het bijzondere tarief van 80% van de waarde van het stamrecht. Op deze manier worden liquide middelen vrijgemaakt, waaraan het in een echtscheiding nogal eens ontbreekt.

Bovenstaande mogelijkheden moeten uiteraard zorgvuldig worden gepland en passen binnen een goede afwikkeling van de boedelscheiding.

Als u vragen heeft over het bovenstaande - veelal een tot ruzieleidend - onderwerp, belt u mij dan gerust op

06 54 63 18 50.

Mr Ralf Ramakers

Noordwijk

Losplaatsweg 28 B
071-514 74 33

Rotterdam

Jan Leentvaarlaan 2 
010-820 02 44

Tilburg

Willem II straat 14
010-820 02 44

Amsterdam

Hemonystraat 11
020-820 1110